14
gelijk aan DB; in de punten 0 en D stellc men bakcn; ( | e
vervolgens zoeke men in de lijn XY het punt E in de om dei
verlenging der punten A en C, en bepale dat punt met Om
eene baak; ook in bet snijdingspunt E der lijnen XY plaats
en DA plaatse men eene baak; indien men dan in bet ook A]
snijdingspunt G der verlengde lijnen CE en ED eene § 2/
baak plaatst, dan zal deze met bet pnnt A de gevraagdc ver acl
loodlijn zijn, ter afbakening waarvan men in bet punt te wer
N nog eene baak kan doen plaatsen. lijn A]
§ 25. Gebeurt bet, dat men zich ter bepaling van het plaatse
punt C niet ver genoeg kan acbteruit begeven, dan kan bijv. ii
de loodlijn op de volgende wijze bepaald worden. GP, e:
Men rigtte CE (Pig. 16) loodregt op XY, en men en Cl
deele die lijn in D midden door. In ieder der punten gemete
C, D. en E stelle men eene baak, zoomede in bet snij- CP: A
dingspunt E van de verlengde lijn AE met XY" ; ver- waarni
volgens verlenge men de lijn ED tot in de lijn CA in
bet punt G; na ook in dit punt eene baak te bebben
geplaatst, bepale men bet snijdingspunt II der lijnen
XY en EG, dan zal eene in dit punt gestelde baak met § 21
bet punt A de gevraagde loodlijn bepalen. bevind
11. Den af'stand te bepalen tot een ongenaaicbaar punt. on g ena
dan z(
§ 26. Zij P (Eig. 17) bet punt waarvan men den neme }
afstand tot bet punt A bepalen wil. Daartoe plaatse men pQ ?
in A eene baak, en men rigte op AP de loodlijn AC; c p en r
in het midden B dezer lijn en in de punten A en C
stelle men baken. Vervolgens rigte men de lijn CD 1
loodregt op AC, waarna men bet snijdingspunt D
bepale, van de lijn CD en bet verlengde van BP; dan § 2